Orgel Dirksland


Hervormde Kerk Dirksland




In 1803 besloten de kerkmeesters van Dirksland ter ondersteuning van de gemeentezang een orgel aan te schaffen. Hiertoe namen zij contact op met de Brusselse orgelmaker J. Smets, die bemiddelde in de aanschaf van een tweedehands instrument. De herkomst hiervan is tot op heden onduidelijk, maar waarschijnlijk was het orgel rond 1700 voor een kerk of klooster in Frans-Vlaanderen gebouwd. Bij plaatsing in Dirksland bleek het binnenwerk echter in dusdanig slechte staat te verkeren, dat vervanging noodzakelijk was. Orgelbouwer Johannes Pieter Künckel uit Rotterdam kreeg daarom de opdracht in de bestaande kassen een nieuw orgel te bouwen. Het werk kwam klaar in 1807 en bezat toen twintig sprekende stemmen.


Het snij- en beeldhouwwerk aan de orgelkas dateert uit 1806. Karakteristiek zijn de twee grote engelen (famen) op de hoofdwerkkas, bekroond door het 'alziend oog', een symbool voor de alwetendheid van God. In de loop der tijd waren vele orgelmakers bij het instrument betrokken. Belangrijke wijzigingen werden uitgevoerd door de firma's Maarschalkerweerd en De Koff in respectievelijk 1902 en 1921. In 1969 herstelde De Koff de dispositie naar de situatie van 1807 (afgezien van de Salicionaal, waarvoor een Octaaf 2 vt werd geplaatst). Sinds deze restauratie mag het orgel zich in een toenemende belangstelling verheugen. Thans zijn besprekingen gaande voor een revisie van het instrument. Omdat uit het oeuvre van Künckel nog slechts een drietal kerkorgels overgebleven is, heeft het Dirkslandse instrument niet alleen een muzikale, maar ook een historische waarde.

In 2003 heeft er een zeven maanden durende deelrestauratie plaats gevonden, uitgevoerd door de firma Flentrop uit Zaandam. De windvoorziening is geheel hersteld door afdichting van de sleeplades. Wat het pijpwerk betreft: alle orgelpijpen zijn schoongemaakt en ontdaan van een dikke laag stof. Sommige houten pijpen die gescheurd waren, zijn opnieuw gelijmd. Metalen pijpen zijn vervangen door zo goed mogelijk gereconstrueerde exemplaren. Ook zijn de tongwerken flink aangepakt: de koppen zijn vernieuwd en de schalbekers zijn verlengd. Van de Dulciaan 8 zijn de tongen deels verdikt en van de andere tongwerken zijn de pijpen verlengd (o.a. van de trompetten). Hierdoor blijft de klank veel stabieler. Op sommige punten is ook de speelmechaniek van het instrument onderhanden genomen waardoor de speelaard van het orgel enigszins is verbeterd. De klank van het orgel is stabieler en evenwichtiger geworden en jubelt in zijn volle werk!

Dispositie:

Hoofdwerk: (C-f’’’)

Rugwerk: (C-f’’’)

Pedaal: (C-f1), ventiel

Bourdon 16 vt             
Prestant 8 vt             
Roerfluit 8 vt             
Quintadena 8 vt           
Octaaf 4 vt               
Salicionaal 4 vt           
Quint prestant 3 vt       
Cornet 6 st D             
Sexquialter 2 st           
Mixtuur 3-4-5 st           
Trompet 8 vt               
Afsluiting              

Holpijp 8 vt        
Fluittravers 8 vt   
Prestant 4 vt       
Fluit 4 vt          
Quintfluit 3 vt     
Octaaf 2 vt         
Nachthoorn 2 vt     
Carillon 3 st D     
Dulciaan 8 vt B/D   
B/D Tremulant       
B/D Afsluiting 

aangehangen


Orgel Dirksland

Bron: http://www.hervormddirksland.nl/